Richtlijn:3D-objecten bewaren

Uit Cultureel Erfgoed Standaardentoolbox
Ga naar: navigatie, zoeken

Een digitaal 3D-object is een verzameling van punten, aaneengesloten door lijnen, krommen of oppervlakken, in een virtuele driedimensionale ruimte. In een computerbestand wordt een 3D-model beschreven door een reeks vectoren. 3D-modellen worden voornamelijk gebruikt door architecten en Virtual Reality-game-developers, maar ook in de erfgoedsector wordt deze technologie gebruikt, onder andere door architectuurhistorici en archeologen.

3D-modellen worden doorgaans gecreëerd met gespecialiseerde software en zijn dus 'born digital'. Je kunt ook een driedimensionaal object digitaliseren door middel van een 3D-scanner. Hierbij worden punten in de driedimensionale ruimte geregistreerd en wordt de vorm van het object vervolgens afgeleid uit deze 'wolk' van punten en opgeslagen als vectoren. De hardware en software die gebruikt worden voor de creatie van 3D-modellen is overwegend ontwikkeld door bedrijven die met gesloten bestandsformaten werken. Om je ervan te verzekeren dat bestanden op lange termijn leesbaar blijven, moeten deze gesloten "proprietary" bestandsformaten bij voorkeur omgezet worden naar open formaten.

Deze richtlijn is van toepassing op de bewaring van 3D-objecten in erfgoedcollecties, waar de authenticiteit, integriteit en toegang tot digitale bestanden verzekerd moet worden op heel lange termijn, voorbij het actieve gebruik van het digitale bestand en voorbij de levensduur van de maker of de collectie waarin het bewaard wordt. Deze richtlijn bevat specifieke minimum- en aanbevolen standaarden voor de registratie van identificatie- en beheersgegevens, en voor de aanmaak van verschillende versies van het digitale bestand voor archivering, reproductie en raadpleging.

1. Beschrijf de collectie

Vorm jezelf een beeld van de collectie als geheel voor je aan de eigenlijke bewaring en conversie van je 3D-modellen begint. Zowel de kwaliteit als de kwantiteit van je collectie dien je vast te stellen, omdat je deze gegevens nodig hebt om onder andere de kostprijs en tijdsduur van het gehele project in te kunnen schatten.

Minimumrichtlijn

  • Beschrijf je collectie formeel op (deel)collectieniveau. Bepaal het aantal en type van je materialen. Onderscheid eventueel deelcollecties. Hierbij kan de richtlijn (deel)collecties je helpen.

Aanbevolen richtlijn

  • Beschrijf je collectie formeel op stukniveau. Gebruik een geschikte datastructuur voor het collectietype waartoe het 3D-model behoort. Gebruik de geschikte gecontroleerde termenlijsten en standaarden voor het registreren van objecten, de aanmaak van een catalogus of het inventariseren van een archief.
  • Hou je aan het 1-op-1-principe: een metadatarecord beschrijft bijvoorbeeld óf het werkelijke 3D-object, als dit bestaat, óf het digitale 3D-model.
  • Gebruik de geschikte thesauri, trefwoordenlijsten en andere gecontroleerde termenlijsten.

2. Creëer een moederbestand

Het moederbestand is het bestand dat op lange termijn bewaard zal worden. In welke kwaliteit je dit bestand creëert, hangt af van de doelstellingen van het digitaliseringsproject. Het moederbestand is ook de basis voor de creatie van alle andere kopieën en afgeleide bestanden, zoals snapshots en filmpjes.
Kies voor moederbestanden bij voorkeur bestandsformaten die:

  • genormeerd en open zijn;
  • voldoende gedocumenteerd zijn;
  • de essentiële eigenschappen van het originele/authentieke document bewaren;
  • geen significant informatie- en/of kwaliteitsverlies met zich meebrengen;

Bewaar een onbewerkte versie van het digitale moederbestand. Hou het analoge origineel bij zolang je geen sluitende zekerheid hebt over de kwaliteit en de langetermijnbewaring van het digitale moederbestand.

2.1. Selecteer een bestandsformaat

Een bestandsformaat is een specifieke codering van informatie in een computerbestand. Voor een moederbestand geldt dat deze informatie zonder kwaliteitsverlies gecodeerd is. Bovendien is de codering bij voorkeur open en wordt ze breed ondersteund.
Er zijn nog geen goede open standaarden voor de bewaring en publicatie van driedimensionale objecten. Er moet rekening mee gehouden worden dat op termijn een migratie naar een geschikt open formaat mogelijk blijft.

Minimumrichtlijn

  • Neem, in afwachting van de publicatie van een geschikte open standaard, de migratie van gesloten naar open formaten op in het preserveringsplan.
  • Bewaar Virtual-Realitymodellen in X3D.

Aanbevolen richtlijn

  • Het DWG-formaat van AutoDesk is een veelgebruikte standaard die door veel 2D- en 3D-CAD-software wordt ondersteund.
  • Een (beter) alternatief is het DXF-formaat (eveneens van AutoDesk). DXF heeft iets minder mogelijkheden en is eveneens een proprietary standaard, maar de specificaties zijn wel gepubliceerd.
  • Ook COLLADA komt in aanmerking als formaat.

2.2 Bepaal de bestandsnaam

De bestandsnaam bestaat uit een reeks karakters die toelaten een bestand te identificeren.

Minimumrichtlijn

  • Bepaal een eenduidige structuur voor de bestandsnaam en communiceer dit naar alle medewerkers[1].

Aanbevolen richtlijn

  • Uit de praktijk blijkt dat betekenisvolle bestandsnamen eerder hinderlijk zijn voor een vlotte digitaliseringsworkflow. Bovendien heeft een complexe naamgeving invloed op de kostprijs van de digitalisering, omdat in het werkproces dan meer tijd kruipt. Indien mogelijk werk je dus met betekenisloze namen, bijvoorbeeld doorlopende nummers.

3. Leg administratieve en structurele metadata vast

Bij het digitaliseren moeten altijd een aantal administratieve en structurele metadata worden vastgelegd.

Minimumrichtlijn

  • Bepaal welke administratieve en structurele metadata worden bewaard.
  • Als je administratieve en structurele metadata apart van het 3D-beeldbestand bewaart, gebruik dan een gestructureerd tekstbestand (bv. XML, CSV, databasebestand).
  • Als je administratieve en structurele metadata in het 3D-beeldbestand zelf bewaart, gebruik dan de standaardtags die door het bestandsformaat gespecifieerd worden (bv. DXF-tags).

Aanbevolen richtlijn

  • Gebruik de PREMIS datastructuur om administratieve en structurele metadata vast te leggen.
  • Gebruik software als DROID om het bestandsformaat te identificeren en administratieve en structurele metadata te extraheren.
  • Als je het bestandsformaat kent, kun je allerlei technische metadata opvragen uit de online databank PRONOM.

4. Creëer afgeleide bestanden

Van digitale 3D-modellen worden regelmatig snapshotafbeeldingen of video's gemaakt om bijvoorbeeld een virtuele rondleiding te geven. Dergelijke bestanden hebben de intentie een globaal beeld te geven van het 3D-model. Hier wordt enkel ingegaan op een aantal specifieke zaken die relevant zijn voor afgeleide bestanden van digitale 3D-modellen. Hou ook rekening met juridische beperkingen van auteursrechten op 3D-modellen.
Bekijk ook de pagina over het publiceren van een website, over open data en over geografische data koppelen aan je collectie.

Minimumrichtlijn

  • Het driedimensionaal afbeelden van een object in een browser is niet vanzelfsprekend. Een alternatief is daarom het tonen van een tweedimensionaal beeld.
  • De keuze van het formaat is vrij. Kies wel voor een formaat dat goed toegankelijk is en een brede ondersteuning kent.
  • Baseer je voor de creatie van snapshots op de richtlijn voor Fotocollectie digitaliseren.
  • Baseer je voor de creatie van filmpjes op de richtlijn voor Video digitaliseren.

Aanbevolen richtlijn

  • De komst van HTML 5 zal mogelijks een invloed hebben op de keuze van geschikte bestandsformaten en meer mogelijkheden bieden dan er nu zijn. Het is daarom een goed idee de evoluties ter zake te volgen.