Richtlijn:Ik wil mijn collectie publiceren op een website

Uit Cultureel Erfgoed Standaardentoolbox
Ga naar: navigatie, zoeken

Deze richtlijn is van toepassing op de online publicatie van collectiedata op een website: m.a.w. je collectiedata op het web plaatsen in een voor de gewone internetgebruiker leesbare vorm en daarmee de collectie virtueel toegankelijk maken. Zo kan een virtueel bezoeker van je museum, bibliotheek of archief de collectie raadplegen via de webbrowser van zijn computer, tablet of smartphone.

Deze richtlijn bevat specifieke minimum- en aanbevolen standaarden voor identificatie, rechtenbeheer, leesbaarheid en vindbaarheid van 'human readable' collectiedata op het web. Standaarden voor het online beschikbaar stellen van 'machine-readable' data vind je terug in de richtlijn voor open data.

1. Maak de beschrijvingen uniek en persistent identificeerbaar

Om informatie over een collectie vindbaar te maken, moet die informatie ondubbelzinnig identificeerbaar zijn op het web. De gebruiker moet er zeker van zijn dat de informatie die je op het web zet precies over dat bepaalde object gaat en de van jouw instelling afkomstig is. Voorzie daarom elk object van een unieke URI en verzeker dat die URI op lange termijn hetzelfde (persistent) blijft.

Minimumrichtlijn

  • Verzeker dat elk object waarvoor collectiedata wordt gepubliceerd op het web een identificatienummer heeft die uniek is binnen de instelling. (Zie de richtlijnen voor inventariseren.)
  • Gebruik voor het identificatienummer enkel alfanumerieke tekens, hyphens en underscores. Deze tekens kunnen zonder probleem gebruikt worden in een URI.
  • Bepaal voor elk object waarvoor collectiedata wordt gepubliceerd op het web een URI die het object uniek identificeert op het web. Hiermee bepaal je, als beheerder van het 'analoge' object, hoe dit object op het web genoemd wordt.
  • Leg de syntax van de URI waarmee objecten door je instelling worden geïdentificeerd formeel vast.
  • Gebruik een domeinnaam die je instelling controleert: ofwel een domeinnaam waarvan je instelling eigenaar is, ofwel een domeinnaam die eigendom is van een netwerk waar je instelling deel van uitmaakt.
  • Maak gebruik van het HTTP-protocol om de URI te koppelen aan een webpagina (landing page) met de identificatiegegevens van het object. Op die manier kunnen gebruikers van de URI op het web de identiteit van het object verifiëren.

Aanbevolen richtlijn

  • Gebruik bij voorkeur de volgende standaard syntax:
http://[domeinnaam]/[type opbject]/[type document]/[identificatienummer]
waarbij type object en type document facultatief zijn. (bijv. http://collectie.hetpackedmuseum.be/schilderij/collectiedata/B-352)
  • Maak onderscheid tussen het eigenlijk collectiestuk, de collectiedata en digitale representaties: voor elk van hen moet een afzonderlijke URI beschikbaar zijn. Maak hiervoor gebruik van het onderdeel "type document" in de bovenstaande standaard syntax.
  • Gebruik een domeinnaam specifiek voor het publiceren van je collectiedata. Dit laat toe om de URI's van andere pagina's op je collectiewebsite te veranderen, terwijl de URI's van de collectiedata ongewijzigd blijven. Maak hiervoor een subdomein van de huidige domeinnaam voor je instelling. (zie het voorbeeld hierboven)
  • Verhoog de persistentie van de URI voor het object door hem los te koppelen van de digitale locatie van het gekoppelde bestand. Maak hiervoor systematisch gebruik van de HTTP redirect functionaliteiten. Op die manier kan je de collectiedata makkelijk op een andere webserver onderbrengen, zonder dat de URI wijzigt die het object identificeert.
  • Wanneer je instelling de persistentie van de domeinnaam van de URI niet kan garanderen en je instelling niet over een persistente domeinnaam beschikt via een netwerk, maak je bij voorkeur gebruik van externe PID-services. Dit zijn online diensten die een persistente URI's genereren en de koppeling met jouw collectiedata beheren. Voorbeelden van PID-services zijn:

2. Geef aan welke intellectuele eigendomsrechten berusten op het object

Publiceer alleen collectiedata over objecten waarvoor je de noodzakelijke rechten bezit om het online te publiceren. Identificeer daarom, vooraleer je het object online publiceert, de intellectuele eigendomsrechten die op het object berusten. Indien er beperkingen zijn op de online publicatie van collectiedata en digitale representaties, onderzoek dan of en hoe de nodige rechten overgedragen kunnen worden op de bewaarinstelling. Raadpleeg hiervoor de handleiding Rechten klaren in de Publicaties-sectie.

Maak een onderscheid tussen de rechten die rusten op het object, de digitale representatie en de collectiedata. De minimum- en aanbevolen richtlijnen hieronder geven aan hoe je de rechtenstatus van een object publiceert op het web.

Minimumrichtlijn

  • Publiceer als onderdeel van de collectiedata bij elk object een Credit Line die aangeeft of er intellectuele rechten op het object rusten en wie de rechten beheert.
  • Publiceer bij elke digitale representatie een Credit Line die aangeeft wie de intellectuele rechten op de digitale representatie beheert.
  • Geef duidelijk aan onder welke voorwaarden de inhoud van een webpagina beschikbaar gesteld wordt, bijv. door een disclaimer op je website te plaatsen.

Aanbevolen richtlijn

  • Leg de gebruiksrechten van de collectiedata vast in een CreativeCommons-licentie.
  • Leg de gebruiksrechten van de digitale representaties van de werken vast in een CreativeCommons-licentie.

3. Maak de website leesbaar voor verschillende browsers

Een website is in de eerste plaats bedoeld voor je bezoekers. Bezoekers maken gebruik van verschillende webbrowsers en raadplegen je website op verschillende soorten toestellen. Zorg er dus voor dat de 'code' van je website technisch in orde, waardoor je website door zoveel mogelijk toestellen en browsers op een correcte manier wordt weergegeven. Zorg hiervoor door je website te bouwen met behulp van de gangbare webstandaarden.

Minimumrichtlijn

  • Codeer de inhoud van webpagina's in valide HTML 4.01 of later.
  • Codeer de vormgeving door gebruik van Cascading Stylesheets.
  • Vermijd het gebruik van externe services of plugins zoals bijvoorbeeld Flash om de website toegankelijk te maken.
  • Gebruik voor digitale representaties een bestandsformaat dat goed leesbaar is en door de gangbare browsers wordt ondersteund. Maak bij voorkeur gebruik van de volgende bestandsformaten:
  • Zorg dat de website toegankelijk is voor mensen met een fysieke beperking. Maak hierbij gebruik van de volgende standaarden: WAI WCAG 2.0 en het AnySurfer-label

Aanbevolen richtlijn

  • Gebruik bij voorkeur UTF-8 voor de codering van de tekst in de webpagina.
  • Gebruik bij voorkeur HTML 5 voor de codering van de inhoud van de webpagina.
  • Test je website op zoveel mogelijk verschillende browsers en op verschillende besturingssystemen.
  • Test je website met de W3C-webvalidator.
  • Beperk de grootte van bestanden zoals digitale representaties. Geef bij downloadbare bestanden de grootte en eventueel de duur van een download aan (afhankelijk van bandbreedte).
  • Gebruik open bestandsformaten voor de digitale representaties.

4. Maak de webpagina vindbaar op het web

Een website is pas relevant wanneer hij bezocht wordt. Maar de manier waarop bezoekers op zoek gaan naar informatie over een collectiestuk is voortdurend in beweging. Neem daarom voorzorgen om de URI en de webpagina met informatie en beelden van het collectiestuk makkelijk vindbaar te maken op het web. Let wel op: Een correcte en volledige weergave van de inhoud van een webpagina primeert op het aantal hits.

Minimumrichtlijn

  • Maak correct gebruik van de beschikbare HTML-elementen om structuur aan te brengen in de webpagina. Op basis van deze elementen indexeren zoekmachines de webpagina.
  • Plaats de belangrijkste identificatiegegevens van het collectiestuk in de hoofding van de pagina.

Aanbevolen richtlijn