Publicatie:Archiverings-, reproductie- en raadplegingsbestanden voor gedigitaliseerde foto's

Uit Cultureel Erfgoed Standaardentoolbox
Ga naar: navigatie, zoeken


Samenvatting

Eén van de belangrijkste taken van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) is het realiseren van een fotografische inventaris van het Belgische cultureel erfgoed. Scans van oude analoge foto’s en zogenaamde born digital images vormen vandaag één van de belangrijkste werkinstrumenten en de digitale neerslag van het visuele geheugen van het Belgische erfgoed.

In deze bijdrage wordt de uitwerking en invoering van een digitaal archiefsysteem besproken. De doelstelling van het hier gepresenteerde project is het garanderen van een toegankelijkheid van de beelden op lange termijn door de creatie van duurzame bestanden en back-up en auditprocedures. Hierbij werden de voorwaarden tot de creatie van zogenaamde Preservation Masters (moederbestanden) onderzocht, evenals de methode om digitale beelden op een makkelijke manier duurzaam te beheren, toegankelijk te maken en eventueel aan te passen.

De uitvoering van het project zorgde er niet alleen voor dat er een systeem van digitale preservatie werd ontwikkeld, maar door de creatie van een interne webpagina zijn de beelden nu ook vlot voor de interne gebruiker toegankelijk. Op deze manier kan niet alleen de integriteit van het digitale bestand gegarandeerd worden, maar neemt de potentiële waarde van het digitale beeld toe.


Referentie
Titel Archiverings-

reproductie- en raadplegingsbestanden voor gedigitaliseerde foto's (Voorkeurstitel)

Locatie [ ]
Uitgever
Jaar van uitgave 2012
Rechten CC-BY-SA
Persistent ID


Auteur(s)

  • Hilke Arijs

Volgende mensen waren actief betrokken bij deze case-study:

  • Hilke Arijs (KIK, Cel Preventieve Conservatie)
  • Hans Opstaele (KIK, ICT)
  • Jenny Coucke, Katrien Van Acker, Hervé Pigeolet, Bernard Petit, Nadine Bodson (KIK, Foto-ateliers)

Status

  • Januari 2012: sensibilisering van de problematiek en ontwikkeling van de structuur van het digitale archief en van de richtlijnen.
  • Februari 2012: overgangsfase: transfer naar de nieuwe repository van de digitale foto’s en scans.
  • Maart 2012: ontwikkeling van de website en interface voor de aanmaak van de raadplegingsbestanden en tussentijdse evaluatie.
  • April 2012: ingebruikname van de website.
  • Juni 2012: laatste aanpassingen back-up en auditprocedures digital repository.
  • September 2012: eindevaluatie.

Probleemstelling

Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) staat in voor de inventarisatie, de wetenschappelijke studie en de conservatie en valorisatie van het artistieke en culturele erfgoed van België. De belangrijkste taak van het departement Documentatie is het realiseren van een fotografische inventaris en dit sinds 1920, het jaar waarin de Dienst voor Belgische Documentatie werd opgericht. Sinds eind jaren 1990 groeit deze inventaris verder aan in digitale vorm: scans van oude analoge foto’s en zogenaamde born digital images vormen vandaag één van de belangrijkste werkinstrumenten die het KIK te bieden heeft.

De geleidelijke introductie van het digitale medium binnen het KIK zorgde er echter voor dat er weinig procedures werden vastgelegd om deze digitale beelden duurzaam te beheren. Hierdoor is de collectie digitale beelden zeer divers zowel op gebied van kwaliteit als qua type bestanden.

Grosso modo kan de collectie digitale beelden opgesplitst worden in twee sub-collecties: zogenaamde born digital images en scans van analoge fotoafdrukken en negatieven. Verschillende elementen zorgden ervoor dat een duurzaam beheer van beide collecties nauwelijks mogelijk was en zeer complex verliep.

Scans

Sinds de jaren 1990 werden systematisch alle positieve fotoafdrukken extern gescand. Door een gebrek aan vastgelegde kwaliteitseisen zijn de resultaten van deze scanning zéér divers: zo werden de beelden in verschillende resoluties gescand, aan een onaangepaste postprocessing onderworpen en geleverd onder de vorm van een Standaard:JPEG-bestandsformaat op cd-rom.

Ondanks het grote voordeel van ontsluiting en consultatie op grote schaal van dergelijke digitalisering, bleken deze digitale bestanden enkel geschikt te zijn voor online consulatie. Voor publicatie en voor het wetenschappelijk onderzoek dienden de originele negatieven en positieven steeds intern naargelang de individuele vereisten van de operatoren opnieuw gedigitaliseerd te worden.

Deze bestanden op een efficiënte manier duurzaam beheren werd om verschillende redenen bemoeilijkt:

  • Het digitale bestandsformaat was niet geschikt voor lange termijn archivering.
  • De kwaliteit van de digitale bestanden beantwoordt niet aan de hedendaagse normen die aan digitale beelden worden gesteld.
  • De CD-rom dragers bleken niet altijd leesbaar te zijn en er diende via een afzonderlijke catalogus opgezocht te worden op welk schijfje een bestand zich bevond.
  • Er bestonden verschillende versies van eenzelfde beeld.
  • De bestanden werden gefragmenteerd opgeslagen op individuele computers.
  • Er bestond geen uitgewerkte back-up en audit-procedure.

Digital born images

Sinds 2000 maken de fotoateliers van het KIK gebruik van de digitale opnametechnologie en beeldbewerking. Ondanks deze late overschakeling naar het digitale medium, gebeurde de introductie ervan zonder het vastleggen van richtlijnen voor opname en duurzame archivering.

Om de hoogste kwaliteit toe te laten bij opname werd er steeds gewerkt in het Standaard:RAW-formaat. Dit bestand (het 'digitale negatief') werd vervolgens softwarematig ‘ontwikkeld’ tot een afgewerkt beeld dat werd opgeslagen en dat naast het RAW-bestand werd gearchiveerd onder de vorm van een Standaard:JPEG.

Deze werkwijze bracht echter verschillende problemen met zich mee:

  • De digitale bestandstructuur van zowel de jpeg als RAW-bestand is niet geschikt voor lange termijn archivering.
  • Door de snelheid van de technologische evoluties werd men steeds vaker geconfronteerd met bestanden die niet langer (correct) consulteerbaar waren.
  • Door het niet vastleggen van opname en postprocessing richtlijnen, was de kwaliteit van de beelden zeer uiteenlopend. Er werd gewerkt binnen verschillende kleurenruimtes, verschillende resoluties, …

Ook het beheer van deze bestanden verliep niet altijd even vlot. Zo werden de bestanden vóór ontsluiting door de kunsthistorici van het departement, op individuele pc’s opgeslagen waardoor ze slechts beperkt toegankelijk waren. Bovendien bestond er een groot risico op dissociatie. Naargelang iedere individuele fotograaf of operator werden opnames al dan niet binnen een duidelijke folderstructuur opgeslagen. De individuele bestanden beschikten daarenboven niet over de nodige metadata om auteur en onderwerp van de foto te identificeren.

Bovendien bestond er slechts een beperkt uitgewerkte back-up en auditprocedure voor de fotobestanden. Het opsporen van fouten in het digitale archief of het digitale bestand gebeurde eerder per toeval en in deze gevallen diende er steeds teruggegrepen te worden naar het RAW-bestand (al dan niet bewaard op cd-rom of individuele pc). Het bleek echter niet altijd mogelijk van dit RAW bestand op dezelfde manier een JPEG bestand te 'ontwikkelen'.

Foto’s bewaren in een zee van bits en bytes: van een complexe structuur met losse eindjes naar een gestroomlijnd digitaal fotoarchief

Figuur 1: schematische voorstelling van het beheer van digitale beelden en scans vóór de ontwikkeling van het digitale foto-archief

Bovenstaande werkwijze (fig. 1) kon onmogelijk de toegankelijkheid en een duurzaam digitaal beheer van digitale beelden garanderen. Teneinde een zogenaamde centrale digital repository voor alle digitale beelden te bouwen, werden ook de richtlijnen en kwaliteitseisen voor de digitale bestanden in samenspraak met de foto-ateliers vastgelegd. Op deze manier kan in de toekomst de digitale foto-inventaris verder worden aangevuld met kwaliteitsvolle en archiveerbare bestanden. Bovendien kan door het toevoegen van zogenaamde embedded meta-data het risico op dissociatie bijna volledig worden uitgesloten. Zo kan bovendien ook nog tal van andere informatie bijvoorbeeld met het gebruik van de beelden (waaronder de copyrightvermelding) aan de foto’s worden toegevoegd. Op deze manier zijn de bestanden niet louter anonieme beelden, maar illustraties van een onderwerp en foto’s van een auteur.

Een derde pijler van het project is de toegankelijkheid van de bestanden. Een van de beoogde doelstellingen was dan ook het vergemakkelijken van het beheer en van de toegang tot deze documenten. Op deze manier moest het mogelijk zijn om op een eenvoudige wijze beelden te vervangen door kwaliteitsvollere scans, waarna alle raadplegingsbestanden zouden worden ge-updatet naar de hoogst beschikbare kwaliteit.

Tenslotte werd ook een automatische procedure voor back-up en audit gecreëerd. Op deze manier worden menselijke fouten vermeden en wordt de back-upprocedure op regelmatige tijdstippen uitgevoerd. Als leidraad werden bovendien alle richtlijnen, eisen en procedures in de mate van het mogelijke in overeenstemming met de bestaande standaarden beschreven en vastgelegd. Dusdaning wordt de interoperabiliteit van het systeem bevorderd.

Methode

Voor de theoretische uitwerking en coördinatie van het project werd een beroep gedaan op de cel preventieve conservatie van het KIK. Deze cel beschikt immers over de nodige kennis van het audiovisuele- en digitale preservatieveld (internationale standaarden, best practices …) en is vertrouwd met de werkwijze van de fotoateliers. De technische uitwerking van het project werd overgelaten aan de dienst ICT van het KIK. Binnen het departement Documenatie werden in samenspraak met de fotografen en de verantwoordelijken en de cel ICT de belangrijkste tekortkomingen, verwachtingen en vereisten in kaart gebracht

Het project kan opgedeeld worden in verschillende fases. Allereerst werd de problematiek geanalyseerd. Op basis hiervan werd besloten om verschillende elementen in één project te integreren: de aanmaak van nieuwe bestanden, de archivering en de toegankelijkheid.

  • Een eerste projectvoorstel werd geformuleerd op basis van de bestaande standaarden en best practices. Deze eerste aanzet werd in januari 2012 aan de foto-ateliers gepresenteerd.
  • Hierna volgde een overgangsperiode waarbij oude gegevens van het oude systeem werden overgezet naar de nieuwe centrale hub (NAS) en nieuwe bestanden werden gecreëerd volgens de vooropgestelde richtlijnen.
  • In maart 2012 werden de vooropgestelde richtlijnen tijdens een formele werkvergadering aan een evaluatie onderworpen en de NAS als centrale digital repository in gebruik genomen. Hiernaast volgde tevens de ontwikkeling van de interface voor de aanmaak van de raadplegingsbestanden die sinds april 2012 operationeel werd voor het KIK.
  • In juni 2012 volgden de laatste aanpassingen met betrekking tot de back-up en auditprocedures van de digital repository en de raadplegingsbestanden. Het stroomlijnen van alle procedures werd in deze fase gecoördineerd door de cel preventieve conservatie die optrad als tussenpersoon tussen foto-ateliers en ICT.

Op basis van de gebruikservaring van alle betrokken partijen werden alle procedures, werkwijzen en richtlijnen vastgelegd. Op deze manier is het mogelijk de gehele oefening als het ware van nul opnieuw op te bouwen en wordt de overdracht van kennis naar de toekomst toe binnen het KIK ook gegarandeerd.

Doordat er op verschillende niveaus (opname, archivering, toegang) sprake was van een specifieke problematiek, spitste het project zich apart op deze verschillende onderdelen toe. Na uitwerking van deze verschillende basisrichtlijnen en structuren, werden de onderdelen aan elkaar gekoppeld om zo één werkzaam geheel van archivering, beheer en toegang van digitale foto’s vorm te geven.

A. Opstellen van opname en postprocesrichtlijnen

In functie van het opnamemateriaal werden enkele best practices vastgelegd:

  • Opname en postpocessing binnen dezelfde kleurruimte
  • Opname in de hoogste kwaliteit (RAW-bestanden zonder compressie)
  • Zorg voor het materiaal:
    • Het uitschakelen van de camera vóór het verwijderen van opslagmedia.
    • Het stofvrij bewaren van de opslagmedia.

B. Het toevoegen van basis informatie onder de vorm van embedded meta-data

  • Copyrightinformatie
  • Auteur foto
  • Locatie
  • Eventuele andere trefwoorden

C. Creatie van een centrale repository van zogenaamde Preservation Masters (PM)

De kern van het project wordt gevormd door de creatie van een centrale repository voor alle digitale beelden van zogenaamde Preservation Masters. Dit zijn bestanden in de hoogste kwaliteit die bovendien binnen een open bestandstructuur én gecomprimeerd worden opgeslagen. Binnen deze repository worden systematisch oude JPEG-versies van bestanden vervangen door nieuwe kwaliteitsvollere beelden die onder de vorm van een PM worden aangeleverd. Op deze manier wordt er steeds met de best beschikbare kwaliteit gewerkt. Hierdoor wordt vermeden dat oude versies, lage resolutiebeelden … verkeerdelijk als basisbestand worden gebruikt. De formele eisen voor de PM werden in functie van het gebruik van de beelden door het KIK en door externen (bijvoorbeeld uitgeverijen, gebruik door externe websites, tentoonstellingen …) gedefinieerd:

Digital born images

  • Archivering van Uncompressed Baseline IBM TIFF v6.0. bestanden in plaats van JPEG en RAW-bestanden.
  • 16 bitdiepte per primaire kleur.
  • Resolutie van min. 350 dpi (op basis van de gestelde kwaliteitseisen voor digitale druktechnieken).
  • Als kleurruimte werd geopteerd voor het Adobe RGB (1998)- profiel. Binnen dit profiel kan immers van bij opname bij de meeste digitale toestellen gewerkt worden. Doelstelling van het project is tevens om het aantal conversies zoveel mogelijk te beperken.

Nieuwe scans:

Naamgeving van de bestanden

Aanvankelijk werd er geopteerd om enkel kleine letters en een vast aantal tekens (cijfers eventueel aangevuld met 0) te gebruiken bij de naamgeving van de digitale bestanden. De belangrijkste redenen hiervoor waren de interoperabiliteit met Linux-systemen te garanderen en een beter beheer van alle digitale informatie toe te laten.

Na evaluatie werd er echter beslist om gebruik te maken van hoofdletters en de naamgeving niet aan te vullen tot het vooropgestelde vaste aantal tekens. De belangrijkste reden hiervoor was de afhankelijkheid van het digitale archief van de ingevoerde informatie in de database van het KIK.

Speciale tekens in bestandsnamen, zoals haakjes, streepjes, leestekens etc zijn zowel bij de naamgeving van de bestanden als bij de invoer van meta-data taboe.

D. Back-up en toegang

Overzicht van de werking van het foto-archief (fig.2).

Figuur 2: Schematische voorstelling van de werking van het nieuwe foto-archief

Concreet worden de PM door de fotografen en scanoperatoren in een gedeelde folder (NAS) (de centrale hub van de repository) geplaats en indien nodig ge-updatet. De bestanden op deze NAS worden dagelijks geback-upt naar server 1, die tevens zorgt voor de conversie en disseminatie van de foto’s op het intranet. Voor externe consulatie via het internet wordt gebruik gemaakt van een tweede server (2). Naast deze eerste back-up van de centrale hub naar server 1 kan er, ten gepaste tijde een back-up gemaakt worden op LTO3 tape via een derde server (3). Voor dit project werd ook een groot aantal hoge resolutie foto’s via bereidwillige medewerking van BELNET, VUB en BELSPO omgezet naar het DeepZoom formaat zodat de foto’s online beschikbaar gemaakt kunnen worden.

De onderstaande beschrijving van de werking van het systeem is onderverdeeld per server:

  • De repository of centrale hub opgevat als een NAS die zorgt voor de introductie van de foto’s in het systeem.
  • Back-up en toegang via 3 servers: Een server zorgt voor de toegang tot laag-resolutie foto’s, een andere voor online back-up en een derde voor de opslag naar tape.

Beheer van de bestanden op de NAS

Eenmaal per week wordt een index en controlegetal (checksum) gemaakt van alle foto’s op de gedeelde folder. Daarnaast worden alle oude JPEG-bestanden via een script gewist wanneer er voor deze beelden een PM door de operatoren werd toegevoegd.

Back-up en toegang tot de beelden.

Iedere 24 u wordt een rsync-backup gemaakt van de bestanden op de NAS naar server 1 waarna een index wordt opgebouwd van de bestanden. Omdat deze lijst wordt gebruikt door een zoekmachine op het Intranet, wordt de lijst in een geïndexeerde databank gezet (SQLITE). Net als op de NAS worden oude JPEG's waarvan een TIFF in dezelfde folder bestaat gewist.

Interne toegang en de aanmaak van raadplegingsbestanden

Via een interne website kunnen de beelden worden opgevraagd en worden er vervolgens on the fly verschillende raadplegingsbestanden op basis van de PM aangemaakt. In functie van hun gebruik wordt de grootte, resolutie … aangepast. Op deze manier kunnen de beelden vlot en zonder manuele tussenkomst worden gebruikt voor het illustreren van PowerPointpresentaties, e-mail, om in te zoomen … Enkele voorbeelden van raadplegingsbestanden en hun specificaties zoals ze via de website worden aangeboden:

Naam raadplegingsbestand Technische specificaties Gebruikerslegende
PPT/Word (Office)/Email Jpeg: langste zijde: 1000pixels – 72 dpi, 300Kb Klein bestand: kies dit formaat voor het illustreren van PowerPoint presentaties, Emails en Worddocumenten.
Full Jpeg, originele afmetingen Groot bestand
Print A4 Jpeg: langste zijde : 2340 pixels - 254 dpi Groot bestand: kies dit formaat om volblad afdrukken te maken op A4.
Order Jpeg: langste zijde: 4134 pixels - 300 dpi Groot bestand: kies de afbeelding zoals deze door het KIK wordt geleverd.
Press Tiff, CMYK Coated FOGRA39,ISO 12647 – 2:2004 Grootste bestand: kies dit bestand voor het aanleveren van illustraties voor publicaties, artikels, posters, ...

Na aanmaak van deze bestanden, blijven ze bewaard in een cache-systeem zodat ze bij veelvuldige consultatie snel en makkelijk beschikbaar zijn.

Online ontsluiting via het www

Nadat beelden werden toegevoegd op de centrale hub of werden geüpdatet, is het natuurlijk nodig om deze nieuwe beelden en versies zichtbaar te maken voor het grote publiek.

Tumbnails van geüpdatete of nieuwe foto’s op de NAS worden dan ook bij de back-up naar server 1 geïnvalideerd en (op)nieuw aangemaakt op server 2 die zorgt voor de verspreiding van de beelden naar het internet. Op deze manier zijn ook via de online fototheek steeds de laatste versies van gescande beelden zichtbaar.

Resultaten

Naast de creatie van een fysiek digitaal foto-archief van zogenaamde Preservation Masters, onder de vorm van een NAS, en het op punt stellen van een back-upprocedure voor deze digitale beelden, werd de grootste meerwaarde van dit project gevormd door de vereenvoudigde toegang en het beheer van de fotobeelden. Concreet kan er nu steeds met de meest recente versie worden gewerkt en doordat foto’s bij back-up naar servers voor interne en externe toegang worden geüpdatet naar de laatste versie, is het bovendien makkelijker om eventuele fouten (bijvoorbeeld bij de verkeerde bestandsnaam, links-rechts spiegeling …) in het foto-archief en de zichtbare derivaten ervan te corrigeren.

Het grote pluspunt van het project wordt echter gevormd door de on the fly aanmaak van raadplegingbestanden voor inter- en intranet.

Voordelen

Verschillende voordelen zijn hieraan verbonden:

  • Zichtbaarheid en gebruik van de beelden: Door het opzoeken van de beelden makkelijk te maken en bovendien automatisch raadplegingbestanden aan te maken, worden de beelden vaker gebruikt. Bovendien zijn de beelden zeer snel beschikbaar na toevoeging aan de repository. Interne dropboxen, uitwisseling via cd’tjes, usb-sticks … behoren tot het verleden. Bovendien zijn beelden en raadplegingsbestanden onmiddellijk beschikbaar via de interne website. Onderzoekers die foto’s willen consulteren of gebruiken hoeven bijgevolg niet langer beroep te doen op de foto-ateliers of de dienst ICT om grote formaten te herschalen. Dit betekent tijdswinst voor iedereen.
  • Efficiënter gebruik van de opslagruimte op de verschillende servers: Doordat raadplegingsbestanden bij opvraging on the fly worden aangemaakt, dienen enkel deze bestanden te worden bewaard in plaats van alle JPEG-kopieën in verschillende formaten van alle beelden. Doordat het raadplegingsbestand steeds opnieuw op basis van de PM worden aangemaakt, dienen deze niet afzonderlijk meer geback-upt te worden.
    Bovendien worden oude tumbnails gewist en zichtbaar op het internet ge-updatet wanneer er een nieuwe versie beschikbaar is. Hierdoor wordt de back-up van ongewenste versies vermeden.

Op zoek naar werkbare compromissen of hoe Rome niet in één dag werd gebouwd (en een digitaal foto-archief ook niet)

In tegenstelling tot het veelvoud aan standaarden, richtlijnen en beschrijvingen van good pratices in de vakliteratuur, bestaat de ideale situatie waarbij deze van meet af aan kunnen worden geïmplementeerd, zelden of nooit. Dit was ook bij dit project het geval. De grote uitdaging bestond er dan ook in om een in het verleden gecreëerde situatie waarbij er geen 'archiefhoudbare' bestanden werden bijgehouden op te vangen en uit te sluiten voor de toekomst.

Gewoontes echter, eenmaal ingebakken in het geheugen van een instelling, zijn moeilijk te doorbreken. Goedbedoelde argumenten die in deze context vaak worden aangehaald zijn onder andere het reeds jarenlang zonder zichtbare problemen functioneren, de beperktheid van opslagmedia in het verleden, de actualiteit van toenmalige beslissingen, … of kortweg het niet beter weten door een gebrek aan kennis van het digitale medium en bijscholing.

Digitale preservatie is echter een continu proces: de technologie evolueert in een ijltempo en richtlijnen en best practices zijn snel achterhaald. Eén van de kernelementen om digitale beelden duurzaam te beheren is dan ook opleiding en communicatie. Mensen moeten zich bewust zijn van de snelheid waarmee het medium evolueert en het is essentieel om een openheid te creëren teneinde procedures en werkschema’s, of beter gewoontes, op regelmatige basis aan te passen. Enkel zo kan op lange termijn een visie op digitale fotobeelden gegarandeerd worden.

Ideale situaties komen dan ook vaker voor in de theorie dan in de praktijk; dé grote uitdaging van vakspecialisten bestaat er dan ook in om een compromis te zoeken en nu eenmaal te leren werken met de situatie zoals ze voorhanden is. Én vooral om zo helder mogelijk te communiceren naar alle partijen toe zodat niemand als het ware verloren lijkt te lopen tussen alle betekenisloze 0’en en 1’en. ICT-specialisten, fotografen, archivarissen, onderzoekers … spreken zelden dezelfde taal van bits en bytes, maar bij een dergelijk proces waarbij het visuele geheugen voor generaties bewaard moet worden, mag niemand zich onbegrepen voelen.

Bij het vormgeven van digitale archieven mag dus niet enkel de technologie centraal staan. Minstens even belangrijk als de aankoop van de meest geschikte hardware of het schrijven van het juiste script, is het voeren van een heldere communicatie met alle betrokken personen. Er zou zelfs kunnen gesteld worden dat duurzaam beheer niet afhangt van het aantal back-ups of audits maar valt of staat met in hoever de menselijke factor kan worden ge-updatet in het digitale tijdperk. Het is dan ook nodig om als vakspecialist de brug te kunnen maken tussen al dan niet slechte gewoontes uit het verleden en een duurzaam databeheer op lang termijn. Dat hiervoor compromissen ten opzichte van de best practices moeten gemaakt worden, is alhoewel niet altijd even evident, noodzakelijk.

Bronnen

Links naar externe bronnen die gebruikt werden voor deze gevalstudie:

Contactgegevens

Hilke Arijs
Preventieve Conservatie – Audiovisuele preservatie (foto-film-video-digitale media)

Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK)
Jubelpark 1 - 1000 Brussel
T : +32 2 73 96 775 - F : +32 2 73 20 105
E-mail : hilke.arijs [at] kikirpa.be – URL : www.kikirpa.be