Geluidsmateriaal digitaliseren
Uit Project_CEST
Akkoord? Of niet? Voeg je opmerking toe onderaan de pagina of stuur CEST een mail.
Geluidsmateriaal digitaliseren is de omzetting van analoge geluidssignalen naar een digitaal formaat. Digitaliseren kan ook verwijzen naar het digitaliseringsproces als geheel. Dan omvat het naast de eigenlijke omzetting van analoog naar digitaal ook de beschrijving, bewaring en het toegankelijk maken van het geluidsmateriaal.
De richtlijnen op deze pagina verwijzen naar de omzetting van analoog naar digitaal. Er zijn aparte richtlijnen voor het inventariseren, de bewaring en het toegankelijk maken van collecties. Concrete stappenplannen voor de digitalisering van audio vind je in de sectie handleidingen.
Richtlijnen
1. Beschrijf de collectie
Vorm jezelf een beeld van de collectie als geheel voor je aan de eigenlijke omzetting van analoog naar digitaal begint. Zowel de kwaliteit als de kwantiteit van je collectie dien je vast te stellen, omdat je deze gegevens nodig hebt om onder andere de kostprijs en tijdsduur van het gehele digitaliseringsproject in te kunnen schatten.
Minimumrichtlijn
- Beschrijf je collectie formeel op (deel)collectieniveau. Bepaal het aantal en het type van je materiaal. Onderscheid eventueel deelcollecties. Hierbij kan de richtlijn (deel)collecties registreren je helpen.
Aanbevolen richtlijn
- Beschrijf je collectie formeel op stukniveau. Gebruik een geschikte datastructuur voor het collectietype waartoe het geluidsmateriaal behoort. Gebruik de geschikte terminologieën en beschrijvingsregels voor de registratie van objecten, de aanmaak van een catalogus of het inventariseren van een archief.
- Hou je aan het 1-op-1-principe: een metadatarecord beschrijft óf de foto óf wat erop afgebeeld staat óf een digitale reproductie.
- Gebruik zo veel mogelijk bestaande thesauri, trefwoordenlijsten en andere gecontroleerde termenlijsten.
- Gebruik de IASA Cataloguing Rules.
- Gebruik de EBUCORE standaarddatastructuur voor geluidsopnames van radiouitzendingen.
- Gebruik GTAA, een gecontroleerde termenlijst specifiek ontwikkeld voor (audio)visuele objecten.
2. Creëer een digitaal moederbestand
Het digitale moederbestand is het bestand dat op lange termijn bewaard zal worden. De kwaliteit van dit bestand hangt af van de doelstellingen van het digitaliseringsproject en de daaruit volgende kwaliteitseisen. Het digitale moederbestand is ook de basis voor de creatie van alle andere kopieën, zoals raadplegingskopieën.
Digitale moederbestanden ontstaan door omzetting van een analoge (open-reel-band, compactcassette, vynilplaat ...) of digitale (DAT, MiniDisk, cd ...) geluidsdrager naar een digitaal bestandsformaat.
Vaak worden formaten gebruikt die proprietary zijn. Kies voor het moederbestande bij voorkeur een bestandsformaat dat:
- genormeerd en open is;
- voldoende gedocumenteerd is;
- de essentiële eigenschappen van het originele/authentieke document bewaart;
- geen significant informatie- en/of kwaliteitsverlies met zich meebrengt.
Bewaar een onbewerkte versie van het digitale moederbestand. Hou het analoge origineel bij zolang je geen sluitende zekerheid hebt over de kwaliteit en de langetermijnbewaring van het digitale moederbestand.
2.1 Stel de digitaliseringsapparatuur in
Het digitale moederbestand moet de originele kwaliteit van het werk zo goed mogelijk benaderen. Ervoor zorgen dat je bronmateriaal in optimale conditie is en je digitaliseringsappartuur goed instellen is hierbij cruciaal. Met de verkeerde instellingen kan je apparatuur onnodige afwijkingen veroorzaken, terwijl een juiste afstelling de kwaliteit van je moederbestand aanzienlijk verhoogt. Gebruik kwalitatieve apparaten: een externe geluidskaart is veelal superieur aan een ingebouwde.
Minimumrichtlijn
- Inspecteer en reinig het geluidsmateriaal vooraleer je start met de digitalisering. De aanwezigheid van stofdeeltjes en ander vuil kan resulteren in kwaliteitsverlies.
- Identificeer het formaat van je geluidsmateriaal.
- Zorg ervoor dat de aansluiting van de apparatuur correct gebeurt.
- Stel de apparatuur correct af voor je begint te digitaliseren. Wees je hierbij bewust van het gevaar van subjectieve beslissingen.
2.2 Selecteer een bestandsformaat
Een bestandsformaat is een specifieke codering van informatie in een computerbestand. Voor een moederbestand geldt dat deze informatie zonder kwaliteitsverlies gecodeerd is. Bovendien is de codering bij voorkeur open en wordt ze breed ondersteund.
Minimumrichtlijn
- Behoud het oorspronkelijke aantal audiokanalen. Sla mono op als twee identieke kanalen.
Aanbevolen richtlijn
2.3 Bepaal de codering van het geluidssignaal
In een moederbestand moet de geluidsinformatie zonder kwaliteitsverlies gecodeerd worden. Bovendien gebruik je bij voorkeur een open codering die breed ondersteund wordt.
Minimumrichtlijn
- Gebruik Linear Pulse Code Modulation voor de codering van het geluidsignaal.
- Pas geen compressie toe.
- Gebruik voor het geluidssignaal een bitdiepte (bit depth) van 24 bit.
- Gebruik voor het geluidssignaal een bemonsteringsfrequentie (sample rate) van minimaal 48 Khz.
Aanbevolen richtlijn
- Gebruik een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz voor een moederbestand van hoge kwaliteit.
- Gebruik bij de aanmaak van het moederbestand geen ruisonderdrukking of andere restauratieingrepen op het originele geluidssignaal.
2.4 Bepaal de bestandsnaam
De bestandsnaam bestaat uit een reeks karakters die toelaat een bestand te identificeren.
Minimumrichtlijn
- Bepaal een eenduidige structuur voor de bestandsnaam en communiceer dit naar alle medewerkers.[1]
Aanbevolen richtlijn
- Uit de praktijk blijkt dat betekenisvolle bestandsnamen eerder hinderlijk zijn voor een vlotte digitaliseringsworkflow. Bovendien heeft een complexe naamgeving invloed op de kostprijs van de digitalisering, omdat in het werkproces meer tijd kruipt. Indien mogelijk werk je dus met betekenisloze namen, bijvoorbeeld doorlopende nummers.
- Gebruik geen speciale tekens in bestandsnamen, zoals haakjes, streepjes, leestekens etc. Die tekens hebben vaak specifieke betekenissen voor dataverwerkende scripts of software en kunnen onvoorspelbare effecten hebben. Enkel het liggend streepje ( _ underscore) is veilig.
3. Selecteer een drager
Minimumrichtlijn
- Volg de richtlijnen voor duurzaam archiveren.
Aanbevolen richtlijn
- Digitale geluidsbestanden bewaar je bij voorkeur op een server.
4. Leg administratieve en structurele metadata vast
Minimumrichtlijn
- Bepaal welke administratieve en structurele metadata worden bewaard.
- Gebruik zo veel mogelijk bestaande datastructuren. Als je zelf een datastructuur ontwikkelt of een bestaande datastructuur aanpast, zorg er dan voor dat het uitvoerig gedocumenteerd is (welke velden zijn er, wat betekenen ze, hoe worden ze ingevuld ...).
- Als je administratieve en structurele metadata apart van het audiobestand bewaart, gebruik hiervoor dan een gestructureerd tekstbestand (bv. XML, CSV, databasebestand).
- Als je administratieve en structurele metadata in het audiobestand zelf bewaart, gebruik dan de standaardtags die door het bestandsformaat gespecifieerd worden (bv. BWF).
Aanbevolen richtlijn
- Gebruik de PREMIS standaarddatastructuur om administratieve en structurele metadata vast te leggen.
- Gebruik software als DROID, JHOVE2 of JHOVE om administratieve en structurele metadata te extraheren.
- Gebruik software als JHOVE2 of JHOVE om het bestandsformaat valideren.
- Gebruik metadata-extractie software om technische metadata van bestanden te lezen en te extraheren.
- Als je het bestandsformaat kent, kun je allerlei technische metadata opvragen uit de online databank PRONOM.
5. Creëer een raadplegingsbestand
Raadplegingskopieën zijn kopieën die ter beschikking staan van medewerkers of het publiek. Ze hebben voornamelijk als doel een globaal beeld te geven over het werk. Het is daarom minder belangrijk dat dit een gedetailleerde, exacte kopie is. Op deze pagina wordt enkel ingegaan op een aantal specifieke zaken die relevant zijn voor het publiceren van geluid. Hou echter ook rekening met juridische beperkingen van auteursrechten op geluidsopnames.
Er zijn aparte richtlijnen over het publiceren van een website, over open data en over geografische data koppelen aan je collectie.
Wanneer je een bestandsformaat kiest voor de verspreiding is het belangrijk een containerformaat en codec te kiezen met de grootst mogelijke toegankelijkheid voor je doelgroep. Je zult misschien compromissen moeten sluiten aangaande de grootte en de kwaliteit van het bestand (door middel van lossy compressie). Wanneer audiobestanden online worden gehost, worden ze vaak 'gestreamd', waarbij geen kopie wordt gemaakt op de computer van de eindgebruiker. Het alternatief is dat de gebruiker het audiobestand downloadt.
Streamingbestanden worden afgespeeld in een browser, soms is daarvoor een plug-in vereist.
Minimumrichtlijn
- Je kunt het formaat vrij kiezen, maar kies wel voor een formaat dat goed toegankelijk is en door de meeste browsers wordt ondersteund.
Aanbevolen richtlijn
- Audiobestanden kun je online het best representeren met een bitrate van 192 kbps. Voor audiostreams is de bitrate 128 kbps en bij spraak (mono) kan 64 kbps volstaan.
- Aanbevolen bestandsformaten zijn MP3, FLAC (dat lossless comprimeert) of AAC.
- Gebruik voor de codering een bitdiepte van 1 bit en een bemonsteringsfrequentie van 44,1 kHz voor een opname van cd-kwaliteit.
- Gebruik twee kanalen om een 'stereogeluid' te garanderen.
Zie ook
/
Een concrete vraag in verband met je eigen project? Vraag advies aan PACKED vzw.
Jouw opmerkingen
Schrijf eerst 4 tildes (~) en voeg dan je opmerking toe.



