Stel je vraag aan PACKED vzw!
vraagteken

Fotocollectie digitaliseren

Uit Project_CEST

Ga naar: navigatie, zoeken
Akkoord? Of niet? Voeg je opmerking toe onderaan de pagina of stuur CEST een mail.

Een fotocollectie digitaliseren is de omzetting van de fotografische afdruk, diapositief of negatief naar een digitaal formaat. Digitaliseren kan ook verwijzen naar het digitaliseringsproces als geheel. Dan omvat het naast de eigenlijke omzetting van analoog naar digitaal ook de beschrijving, bewaring en het toegankelijk maken van de foto(collectie).

De richtlijnen op deze pagina verwijzen naar de omzetting van analoog naar digitaal. Er zijn aparte richtlijnen voor het inventariseren, de bewaring en het toegankelijk maken van collecties. Concrete stappenplannen voor de digitalisering van audio vind je in de sectie handleidingen.

Richtlijnen

1. Beschrijf de collectie

Vorm jezelf een beeld van de collectie als geheel voor je aan de eigenlijke omzetting van analoog naar digitaal begint. Zowel de kwaliteit als de kwantiteit van je collectie dien je vast te stellen, omdat je deze gegevens nodig hebt om onder andere de kostprijs en tijdsduur van het gehele digitaliseringsproject in te kunnen schatten.

Minimumrichtlijn

  • Beschrijf je collectie formeel op (deel)collectieniveau. Bepaal het aantal en het type van je materialen. Onderscheid eventueel deelcollecties. Hiervoor kan de pagina over de registratie van (deel)collecties je helpen.

Aanbevolen richtlijn

  • Beschrijf je collectie formeel op stukniveau. Gebruik de geschikte datastructuren, terminologieën en beschrijvingsregels voor de registratie van objecten.
  • Hou je aan het 1-op-1-principe: een metadatarecord beschrijft óf de foto óf wat erop afgebeeld staat óf een digitale reproductie.
  • Gebruik de SEPIADES standaarddatastructuur. Deze datastructuur bevat 21 kernvelden en laat toe om fotoverzamelingen op verschillende niveaus te beschrijven.
  • Gebruik GTAA, een gecontroleerde termenlijst specifiek ontwikkeld voor (audio)visuele objecten.


2. Creëer een moederbestand

Het moederbestand is het bestand dat op lange termijn zal worden bewaard. In welke kwaliteit je dit bestand creëert, hangt af van de doelstellingen van het digitaliseringsproject[1]. Op basis van het moederbestand worden kopieën gecreëerd, zoals raadplegingskopieën en thumbnails.
Bewaar een onbewerkte versie van het digitale moederbestand. Hou het analoge origineel bij zolang je geen sluitende zekerheid hebt over de kwaliteit en de langetermijnbewaring van het digitale moederbestand.
Wanneer het origineel wordt bewaard en de digitale kopie enkel bestemd is voor raadpleging, kun je JPEG, JPEG2000 of met lossy compressie, PDF, PDF/A, PNG 1.2 of GIF gebruiken (de laatste alleen voor logo's en grafieken).

Raadpleeg voor meer details over het maken van kwaliteitsvolle reproducties de Metamorfoze-richtlijnen of de Guidelines Digitisation of photographic materials van het Nationaal Archief.

Kies voor moederbestanden bij voorkeur bestandsformaten die:

  • genormeerd en open zijn;
  • voldoende gedocumenteerd zijn;
  • de essentiële eigenschappen van het originele/authentieke document bewaren;
  • geen significant informatie- en/of kwaliteitsverlies met zich meebrengen;

2.1. Selecteer een bestandsformaat

Een bestandsformaat is een specifieke codering van informatie in een computerbestand. Voor een moederbestand geldt dat deze informatie zonder kwaliteitsverlies gecodeerd is. Bovendien is de codering bij voorkeur open en wordt ze breed ondersteund.

Minimumrichtlijn

  • Gebruik Uncompressed Baseline IBM TIFF v6.0. Dit is het meest aanbevolen formaat.

Aanbevolen richtlijn

  • In bepaalde gevallen kun je JPEG2000 gebruiken als alternatief voor TIFF. Raadpleeg hierover het verslag van de expertmeeting.
  • Als een documenten uit meerdere onderdelen bestaat, zorg er dan voor dat de structuur of relatie tussen die delen behouden blijf (bv. bij recto/verso origineel, boek, bundel documenten ...):
    • gebruik een bestandsformaat dat meerdere digitale beelden als één bestand kan opslaan: PDF/A of Uncompressed Baseline IBM TIFF v6.0. Multipage-TIFF wordt echter niet door alle software herkend of ondersteund. Sommige programma's zullen enkel de eerste TIFF weergeven. Heb je een werk da meerdere pagina's beslaat en naast foto's ook tekst bevat, dan gebruik je hiervoor het best PDF/A.
    • kapsel de TIFF's van de afzonderlijke pagina’s met de noodzakelijke metadata in in één XML bestand.

2.2. Bepaal de resolutie

Resolutie is het aantal beeldelementen of pixels waaruit een digitaal beeld bestaat. Hoe meer pixels, des te nauwkeuriger het digitale beeld het origineel benadert. De resolutie wordt uitgedrukt in pixels per inch (2,45cm) (ppi). Vaak wordt resolutie uitgedrukt in dpi, wat eigenlijk betrekking heeft op de afdrukresolutie (dots per inch).

Minimumrichtlijn

  • De optimale waarde hangt af van het type document dat je digitaliseert. Hou rekening met de drager, de leesbaarheid (zeker als het om tekst gaat), het belang van details etc.

Aanbevolen richtlijn

  • Gewoonlijk volstaat 300 ppi voor foto’s en tekstdocumenten.
  • Dia's en fotonegatieven vragen een resolutie van 1200 ppi of meer.
  • Voor grotere originelen (kaarten, plannen) volstaat een lagere resolutie.

2.3. Bepaal de kleurruimte en kleurdiepte

De kleurruimte is de methode gebruikt om kleuren (digitaal) te beschrijven. Volgens die methode ontvangt elke kleur dan een bepaalde code.
De kleurdiepte bepaalt het aantal bits dat gebruikt wordt om een kleur digitaal te coderen. Hoe meer bits beschikbaar zijn, hoe nauwkeuriger een kleur gecodeerd kan worden en hoe meer kleuren er mogelijk zijn. Hoe meer kleurdiepte, hoe nauwkeuriger het origineel dus benaderd kan worden.

Minimumrichtlijn

  • Gebruik ECIRGB-kleurruimte voor de codering van de primaire kleuren.
  • Gebruik als kleurdiepte 24 of 48 bit/pixel (dus 8 of 16 bit per primaire kleur).
  • Gebruik 8 of 16 bit/pixel voor bestanden die enkel grijswaarden bevatten.
  • Voor zwart-witafbeeldingen volstaat 1 bit/pixel. Hiermee worden afbeeldingen bedoeld die enkel puur wit en zwart bevatten, geen grijswaarden dus, bv. tekstdocumenten.

Aanbevolen richtlijn

  • Voor afbeeldingen met een groot dynamisch bereik kan 30-48 bit (10 of 16 bits per primaire kleur) aangewezen zijn.

2.4. Bepaal de bestandsnaam

De bestandsnaam bestaat uit een reeks karakters die toelaten een bestand te identificeren.

Minimumrichtlijn

  • Bepaal een eenduidige structuur voor de bestandsnaam en communiceer dit naar alle medewerkers.[2]

Aanbevolen richtlijn

  • Uit de praktijk blijkt dat betekenisvolle bestandsnamen eerder hinderlijk zijn voor een vlotte digitaliseringsworkflow. Bovendien heeft een complexe naamgeving invloed op de kostprijs van de digitalisering, omdat in het werkproces dan meer tijd kruipt. Indien mogelijk werk je dus met betekenisloze namen, bijvoorbeeld doorlopende nummers.
  • Gebruik geen speciale tekens in bestandsnamen, zoals haakjes, streepjes, leestekens etc. Die tekens hebben vaak specifieke betekenissen voor dataverwerkende scripts of software en kunnen dus onvoorspelbare effecten hebben. Enkel het liggend streepje ( _ underscore) is veilig.
  1. M. Vandermaesen, Digitaal Beeldarchief: Aanbevelingen voor het opzetten van beeldbanken, aan de hand van 'lessons learnt' en 'best practices', Antwerpen, 2005, p. 34
  2. Zie http://www.edavid.be/davidproject/teksten/Richtlijn3.pdf


3. Leg administratieve en structurele metadata vast

Minimumrichtlijn

  • Bepaal welke administratieve en structurele metadata worden bewaard.
  • Als je administratieve en structurele metadata apart van het beeldbestand bewaart, gebruik hiervoor dan een gestructureerd tekstbestand (bv. XML, CSV, databasebestand).
  • Als je administratieve en structurele metadata in het beeldbestand zelf bewaart, gebruik dan de standaard tags die door het bestandsformaat gespecifieerd worden (bv. TIFF baseline tags).[1]

Aanbevolen richtlijn

  • Gebruik de PREMIS standaarddatastructuur om de administratieve en structurele metadata vast te leggen.
  • Gebruik software als DROID, JHOVE2 of JHOVE om administratieve en structurele metadata te identificeren.
  • Gebruik software als JHOVE2 of JHOVE om het bestandsformaat valideren.
  • Gebruik metadata-extractiesoftware om technische metadata van bestanden te lezen en te extraheren.
  • Als je het bestandsformaat kent, kun je allerlei technische metadata opvragen uit de online databank PRONOM.
  1. Zie onder meer de aanbevelingen van FADGI: Guidelines: Embedded Metadata in TIFF Images en Guidelines: Minimal Descriptive Embedded Metadata in Digital Still Images


4. Creëer een raadplegingsbestand

Een raadplegingskopie is een kopie die ter beschikking staat van medewerkers of het publiek. Ze hebben voornamelijk als doel een globaal beeld te geven over het stuk. Het is daarom minder belangrijk dat dit een gedetailleerde, exacte kopie is. Op deze pagina wordt enkel ingegaan op een aantal specifieke zaken die relevant zijn voor het publiceren van foto's. Hou echter ook rekening met juridische beperkingen van auteursrechten op foto's.
Er zijn aparte richtlijnen over het publiceren van een website, over open data en over geografische data koppelen aan je collectie.

Minimumrichtlijn

  • Je kunt het formaat vrij kiezen, maar kies wel voor een formaat dat goed toegankelijk is en een brede ondersteuning kent.

Aanbevolen richtlijn

  • Gebruik JPEG of PNG 1.2.
  • Gebruik GIF voor logo's en grafieken


Zie ook

Bekijk enkele voorbeelden uit de praktijk: hoe gaan erfgoedorganisaties met deze standaarden om?

Raadpleeg het verslag van de expertmeeting Audiovisuele collecties.
Een concrete vraag in verband met je eigen project? Vraag advies aan PACKED vzw.

Jouw opmerkingen

Schrijf eerst 4 tildes (~) en voeg dan je opmerking toe.